De regeling wordt opgeheven bij gelijkluidende besluiten van de colleges en de burgemeesters van de gemeenten waarin een meerderheid van het aantal inwoners van alle gemeenten woont.
De opheffing gaat in met ingang van de dag die genoemd wordt in het in lid 1 genoemde besluit.
Bij het besluit tot opheffing van de regeling stelt het algemeen bestuur een liquidatieplan vast dat voorziet in de financiële en andere gevolgen van de opheffing. Hierbij kan zonodig van de bepalingen van deze regeling worden afgeweken.
Het liquidatieplan voorziet zoveel mogelijk in de herplaatsing van het personeel en in de financiële gevolgen die de opheffing voor het personeel heeft.
Voordat het algemeen bestuur het liquidatieplan vaststelt worden de colleges en de burgemeesters gedurende een periode van acht weken in de gelegenheid gesteld daarover hun zienswijze te geven,
Het dagelijks bestuur is belast met de uitvoering van het liquidatieplan. De bestuursorganen van het openbaar lichaam blijven zonodig ook na de opheffing in functie tot de liquidatie is voltooid.
Hoofdstuk
Artikel 11.5
Opheffing.
Onderdeel van Gemeenschappelijke Regeling Veiligheidsregio Utrecht 2010