De aanwijzing van de leden van het dagelijks bestuur geschiedt voor het eerst in de eerste vergadering van het algemeen bestuur na het in werking treden van deze gemeenschappelijke regeling en voorts telkens na verloop van een termijn van 4 jaar.
Beëindiging van het lidmaatschap van het algemeen bestuur brengt van rechtswege het einde van het lidmaatschap van het dagelijks bestuur met zich mee.
De aanwijzing van de leden van het dagelijks bestuur ter vervulling van plaatsen die door overlijden, ontslag of om een andere reden tussentijds zijn opengevallen vindt plaats binnen twee maanden na het tijdstip waarop de vacature is ontstaan. Een tussentijds tot lid van het dagelijks bestuur benoemd lid treedt af op het moment waarop degene in wiens plaats hij is benoemd zou aftreden.
Hoofdstuk
Artikel 5.2
Zittingsduur
Onderdeel van Gemeenschappelijke Regeling Veiligheidsregio Utrecht 2010