Het ontwerp van de jaarrekening wordt toegestuurd aan de raden, in afschrift aan de colleges, met de uitnodiging hun zienswijze omtrent het ontwerp van de jaarrekening en een eventueel verzoek aan het dagelijks bestuur om een nadere toelichting, binnen 8 weken na de toezending ervan aan het dagelijks bestuur kenbaar te maken.
. Het dagelijks bestuur zendt het ontwerp van de jaarrekening onder bijvoeging van de zienswijzen van het gemeentebestuur, zijn commentaar daarop en zo nodig een nota van wijziging uiterlijk drie weken voor de voorgenomen datum van vaststelling aan het algemeen bestuur. Het commentaar van het dagelijks bestuur en de nota van wijzigingen worden gelijktijdig aan de colleges gezonden. Artikel 35, tweede lid van de wet is ten aanzien van dit commentaar en de nota van wijziging van •' overeenkomstige toepassing.
Het algemeen bestuur stelt in juli de jaarrekening vast in het jaar volgende op het jaar waarop deze betrekking heeft.
Het algemeen bestuur zendt de jaarrekening binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval vóór 15 juli van het jaar volgende op het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft, aan Gedeputeerde Staten.
Van de vaststelling van de jaarrekening doet het dagelijks bestuur mededeling aan de colleges en de raden van de gemeenten.
De verrekening van het verschil tussen de op grond van artikel 9.4, derde lid betaalde voorschotten en de werkelijk verschuldigde bijdrage vindt plaats binnen een maand na verzending van de in het eerste lid bedoelde mededeling.
Bij de in het voorgaande lid bedoelde verrekening kan geen verrekening plaatsvinden als bedoeld in Boek 6, Titel I, afdeling 12 van het Burgerlijk Wetboek met andere vorderingen van of aan het openbaar lichaam.
Hoofdstuk
Artikel 9.6
Procedure vaststelling rekening.
Onderdeel van Gemeenschappelijke Regeling Veiligheidsregio Utrecht 2010