Naar hoofdinhoud
De commissies en de monumentencommissies bestaan uit: een voorzitter; ten minste drie leden waaronder de directeur of een door hem aan te wijzen rayonarchitect, medewerker van het bureau van de Welstand en Monumenten Midden Nederland en twee buiten-leden. De voorzitters van de commissies, de twee buiten-leden en plaatsvervangend buiten-leden worden benoemd en ontslagen door het algemeen bestuur op voordracht van het dagelijks bestuur. Het rooster van aftreden wordt –voor zover nodig- vastgesteld door loting. Voor wat de volgorde van aftreden betreft treedt een nieuw buiten-lid in de plaats van degene die hij/zij opvolgt. Het bestuur van een gemeente kan conform het gestelde in artikel 12b van de Woningwet, onder eigen verantwoordelijkheid maximaal twee burgerleden benoemen ter aanvulling van een in artikel 22, lid 1 genoemde commissie voor het gebied waarbinnen de gemeente is gelegen. Benoeming, ontslag en vergoeding worden buiten verantwoordelijkheid van de gemeenschappelijke regeling door de betreffende gemeente zelf geregeld. Deze commissieleden hebben slechts stembevoegdheid in de advisering aan het bestuur van de gemeente dat hen als burgerlid heeft aangewezen. De voorzitter van elke commissie wordt op voordracht van het dagelijks bestuur benoemd uit de leden van het algemeen bestuur. Hij heeft in de vergadering van de commissie een adviserende stem. Ingeval onvoldoende leden van het algemeen bestuur voor deze functie beschikbaar zijn, kunnen, op voorstel van het dagelijks bestuur derden op basis van aangetoonde deskundigheid en/of ervaring, dit laatste ter beoordeling van het algemeen bestuur, door laatstgenoemd bestuur worden benoemd. De voorzitter en de leden van de in artikel 21, lid 1, genoemde commissies zullen zich onthouden van deelneming aan de beoordeling van enig plan, indien er te hunnen aanzien feiten of omstandigheden met betrekking tot dat plan bestaan waardoor in het algemeen hun onpartijdigheid in twijfel zou kunnen worden getrokken. De buiten-leden en de plaatsvervangend buiten-leden van de commissies dienen deskundig te zijn op een of meerdere taakvelden als bedoeld in artikel 6, juncto artikel 5. De voorzitter, de buiten-leden van de commissies ontvangen een door het algemeen bestuur vast te stellen vergoeding voor hun werkzaamheden en een tegemoetkoming in de gemaakte kosten.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel