Naar hoofdinhoud
Het dagelijks bestuur zendt de ontwerp-jaarbegroting en de meerjarenraming uiterlijk voor 1 april voorafgaand aan het betreffende dienstjaar aan de raden van de deelnemende gemeenten. De raden kunnen gedurende 10 weken, doch uiterlijk voor 15 juni, na ontvangst schriftelijk van hun gevoelen doen blijken aan het dagelijks bestuur. Het dagelijks bestuur voegt de eventuele reacties van de raden bij de ontwerp-jaarbegroting, respectievelijk de meerjarenraming, zoals deze ter vaststelling aan het algemeen bestuur worden aangeboden. Het algemeen bestuur stelt de begroting en de meerjarenraming uiterlijk 1 juli voorafgaand aan het dienstjaar waarop de begroting betrekking heeft vast. Het algemeen bestuur geeft in de toelichting aan op welke wijze de opmerkingen van de raden in de begroting zijn verwerkt. De begroting wordt binnen twee weken na vaststelling door het algemeen bestuur aan gedeputeerde staten gezonden. Op de wijzigingen van de begroting zijn de bepalingen van dit artikel –met uitzondering van de genoemde data- van overeenkomstige toepassing.

Rechtspraak bij dit artikel