Een aan de regeling deelnemende gemeente kan uit de regeling treden door toezending aan het algemeen bestuur van het daartoe strekkende besluit van de raad, waarbij een opzegtermijn van één volledig dienstjaar in acht wordt genomen.
Het algemeen bestuur regelt de gevolgen van de uittreding, de financiële gevolgen daaronder begrepen.
Voor de vaststelling van de financiële gevolgen worden de volgende uitgangspunten gehanteerd:
verhaal van de lasten vindt plaats op basis van inkomstenderving van de uittredende gemeente met als uitgangspunt dat 100% dekkende tarieven worden gehanteerd en de kostenstructuur nagenoeg uitsluitend uit vaste kosten bestaat;
de termijn van inkomstenderving wordt gesteld op vijf jaar.
de basis periode voor de berekening van de gemiddelde inkomsten wordt gesteld op een periode van drie jaar, voorafgaande aan het jaar van uittreding.
op de inkomsten in de jaren als genoemd onder letter c worden de wegingsfactoren van respectievelijk 1, 2 en 3 berekend, waarbij de factor hoger wordt naarmate het jaar dichter ligt bij het jaar van uittreden.
Het aldus verkregen bedrag is exclusief omzetbelasting.
Alvorens besluiten als bedoeld in het tweede lid worden genomen, hoort het algemeen bestuur de overige deelnemende gemeenten;
Met betrekking tot de uittreding is het gestelde in artikel 37, eerste, tweede en derde lid van overeenkomstige toepassing.
Hoofdstuk
Artikel 32.
Artikel 32.
Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling Welstand en Monumenten Midden Nederland 2005