Indien een belanghebbende zich zeer ernstig misdraagt tegenover het college of zijn ambtenaren, dan wel goederen in gebruik bij de gemeente Bunschoten of de sociale dienst BBS te Soest onder omstandigheden die rechtstreeks verband houden met de uitvoering van de wet wordt een maatregel opgelegd.
Het in het eerste lid bepaalde is tevens van toepassing in geval van een uiting of gedraging gericht tegen medewerkers werkzaam bij of goederen in gebruik bij het UWVWERKbedrijf te Amersfoort, dan wel een derde door wie ten behoeve van het college werkzaamheden in het kader van arbeidsre-integratie worden verricht.
De maatregel als bedoeld in lid 1 van dit artikel wordt in voorkomende situaties individueel vastgesteld door het college en is afhankelijk van de ernst van het wangedrag, de mate van verwijtbaarheid en de persoonlijke omstandigheden van de belanghebbende. De maatregel kan zowel inhouden een verlaging van de uitkering gedurende een bepaalde tijd als bijvoorbeeld een (tijdelijk) toegangsverbod. Wangedrag wordt op geen enkele wijze getolereerd. Door geen algemene maatregelnormering vast te stellen kan bij het onverhoopt voorkomen van wangedrag een adequate maatregel worden opgelegd.
Hoofdstuk
Artikel 12.
Zeer ernstige misdragingen
Onderdeel van Maatregelenverordening IOAW en IOAZ 2010 gemeente Bunschoten