De periode van een maatregel genoemd in artikel 8 wordt verdubbeld, indien de belanghebbende zich binnen 12 maanden na de vorige als verwijtbaar aangemerkte gedraging opnieuw schuldig maakt aan een verwijtbare gedraging als bedoeld in artikel 7 uit dezelfde of een hogere categorie als het gaat om de eerste tot en met de derde categorie. Indien er sprake is van recidive van een vierde categorie gedraging wordt de uitkering blijvend geweigerd naar de mate waarin belanghebbende uit of in verband met arbeid inkomen als bedoeld in of op grond van artikel 8 van de wet zou hebben kunnen verwerven.
In de overige situaties van deze verordening, met uitzondering van de situatie als bedoeld in artikel 12, derde lid, wordt de periode van een maatregel verdubbeld indien de belanghebbende zich binnen 12 maanden na de vorige als verwijtbaar aangemerkte gedraging opnieuw schuldig maakt aan een gedraging op hetzelfde terrein. Bij herhaling van gedragingen als bedoeld in artikel 12, derde lid moet worden bezien welke maatregel passend geacht wordt in die nieuwe situatie.
Hoofdstuk
Artikel 14.
Recidive
Onderdeel van Maatregelenverordening IOAW en IOAZ 2010 gemeente Bunschoten