Indien een belanghebbende zich zeer ernstig misdraagt, als bedoelt in artikel 41, eerste lid van de wet, tegenover het college of zijn ambtenaren, dan wel goederen in gebruik bij de gemeente Bunschoten of uitvoeringsorganisatie BBS te Soest onder omstandigheden die rechtstreeks verband houden met de uitvoering van de wet wordt een maatregel opgelegd.
Het in het eerste lid bepaalde is tevens van toepassing in geval van een uiting of gedraging gericht tegen medewerkers werkzaam bij of goederen in gebruik bij het UWV WERKbedrijf te Amersfoort of Soest, dan wel een derde door wie ten behoeve van het college werkzaamheden in het kader van het verkrijgen of uitvoeren van het werkleeraanbod worden verricht.
De maatregel als bedoeld in lid 1 van dit artikel wordt in voorkomende situaties individueel vastgesteld door het college en is afhankelijk van de ernst van het wangedrag, de mate van verwijtbaarheid en de persoonlijke omstandigheden van de belanghebbende. De maatregel kan zowel inhouden een verlaging van de inkomensvoorziening gedurende een bepaalde tijd als bijvoorbeeld een (tijdelijk) toegangsverbod. Wangedrag wordt op geen enkele wijze getolereerd en door geen algemene maatregelnormering vast te stellen kan bij het onverhoopt voorkomen van wangedrag een adequate maatregel worden opgelegd.
Hoofdstuk
Artikel 11
Zeer ernstige misdragingen
Onderdeel van Maatregelenverordening Wet investeren in jongeren 2010 gemeente Bunschoten