Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 2.

Het opleggen van een maatregel

Onderdeel van Maatregelenverordening Wet werk en bijstand 2004 gemeente Bunschoten

Als de belanghebbende naar het oordeel van het college tekortschietend besef van verantwoordelijkheid betoont voor de voorziening in het bestaan dan wel de uit de wet of de artikelen 28, tweede lid, of artikel 29, eerste lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen voortvloeiende verplichtingen niet of onvoldoende nakomt, waaronder begrepen het zich jegens het college zeer ernstig misdragen, wordt overeenkomstig deze verordening een maatregel opgelegd. Een maatregel wordt afgestemd op de ernst van de gedraging, de mate waarin de belanghebbende de gedraging kan worden verweten en de omstandigheden waarin hij verkeert. Deze afstemming kan inhouden dat een lichtere maatregel of een zwaardere maatregel wordt opgelegd dan overeenkomstig de maatregelbepalingen in deze verordening.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel