Het cliëntenoverleg bestaat uit minimaal 5 en maximaal 9 leden.
Lid van het cliëntenoverleg kunnen uitsluitend cliënten zijn.
In afwijking van lid 2 kunnen, indien het cliëntenoverleg het maximale aantal leden heeft, drie personen als lid deel uitmaken van het cliëntenoverleg, indien die personen een maatschappelijke organisatie vertegenwoordigen.
Indien het cliëntenoverleg het minimale aantal leden omvat, kunnen maximaal twee personen, die een maatschappelijke organisatie vertegenwoordigen als lid deel uitmaken van het cliëntenoverleg.
De leden hebben zitting in het clientenoverleg op persoonlijke titel. Voor zover zij een maatschappelijke organisatie vertegenwoordigen zullen zij zonder last of ruggespraak opereren.
Door of namens het college wordt voor zover nodig ondersteuning geboden bij het werven van nieuwe leden.
Hoofdstuk
Artikel 3.
Samenstelling en omvang
Onderdeel van Verordening Cliëntenparticipatie Wet werk en bijstand 2004