Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 8.

Taak cliëntenoverleg

Onderdeel van Verordening Cliëntenparticipatie Wet werk en bijstand 2004

Het cliëntenoverleg heeft tot taak het college gevraagd en ongevraagd te adviseren over: de vorming, uitvoering en evaluatie van het gemeentelijk beleid op het gebied van de wet; de wijze van dienstverlening aan de cliënten; de wijze van communicatie met de cliënten. Het advies wordt op een zodanig tijdstip gevraagd, dat het van wezenlijke invloed kan zijn op het te nemen besluit. Voor zover het college het advies van het cliëntenoverleg niet of niet geheel overneemt, wordt het cliëntenoverleg schriftelijk in kennis gesteld van de redenen om van het advies af te wijken. Betreft het advies een voorstel aan de gemeenteraad dan worden de redenen bovendien in het raadsvoorstel opgenomen. Het cliëntenoverleg fungeert in de gemeente als contactorgaan voor de cliënten en is alert op van dezen te ontvangen geobjectiveerde signalen over knelpunten in de uitvoering van het beleid met betrekking tot de wet, bespreekt deze knelpunten en vraagt zonodig aandacht voor oplossing of geeft adviezen voor mogelijke oplossingen van die knelpunten. Het cliëntenoverleg is niet bevoegd individuele klachten of bezwaarschriften in behandeling te nemen. In zich voordoende gevallen verwijst het cliëntenoverleg naar de formele mogelijkheid om bij de gemeente een klacht of een bezwaarschrift in te dienen. Het cliëntenoverleg onderhoudt contacten met andere soortgelijke overlegorganen en neemt deel aan een landelijke instelling voor cliëntenparticipatie. Het clientenoverleg heeft het recht in voorkomende gevallen een deskundige uit te nodigen.

Rechtspraak bij dit artikel