Naar hoofdinhoud

Artikel 7

Termijnen van betaling

Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van marktgeld 2010

In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet het marktgeld voor dagplaatsen worden betaald op het moment van de uitreiking van de nota. De uitreiking van deze nota vindt zoveel mogelijk plaats op de marktdag, waarop de standplaats wordt ingenomen. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet het marktgeld voor vaste plaatsen, die worden opgelegd in het belastingjaar waarop zij betrekking heeft, worden betaald in zes gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van de nota is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. In afwijking van lid 2a geldt dat, zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso van de betaalrekening van de belastingschuldige worden afgeschreven, de nota moeten worden betaald in zoveel gelijke termijnen als er na de maand van dagtekening van de nota nog maanden in het belastingjaar overblijven, met dien verstande dat het aantal termijnen tenminste acht bedraagt. De eerste termijn vervalt een maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten andere nota's dan genoemd in de leden 2a en 2b, worden betaald in zes gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van de nota is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste en tweede lid gestelde termijnen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel