Aan de wethouder wordt een vergoeding verleend voor gemaakte reiskosten buiten het woongebied ten behoeve van de uitoefening van zijn ambt. De navolgende vergoeding wordt verleend:
bij gebruik van openbare middelen van vervoer en van een (trein)taxi: een volledige vergoeding van de in redelijkheid noodzakelijk gemaakte reiskosten;
bij gebruik van een eigen motorvoertuig of bromfiets: een vergoeding van de in redelijkheid noodzakelijk gemaakte reiskosten overeenkomstig de bedragen in artikel 2 van de Reisregeling binnenland.
Hoofdstuk
Artikel 13
Zakelijke reiskosten
Onderdeel van Verordening voorzieningen wethouders, raads- en commissieleden