In deze verordening wordt verstaan onder:
SVn: stichting Stimuleringsfonds Volkshuisvesting Nederlandse gemeenten;
Gemeenterekening VROM Starterslening: de rekening die de gemeente bij SVn aanhoudt en waaruit op grond van de deelnemingsovereenkomst met SVn, VROM Startersleningen kunnen worden toegekend en waarin, voor wat betreft het gemeentelijk leningdeel, rente en de aflossingen over deze leningen worden teruggestort;
VROM Starterslening: een lening verstrekt door SVn aan een ingezeten starter waarbij de hoofdsom van de lening voor minimaal 50% afkomstig is uit de Gemeenterekening VROM Starterslening, terwijl het resterende deel van de Starterslening verstrekt wordt door SVn;
Startersfonds Wonen: gelimiteerd provinciaal fonds voor starters met een deel A, betrekking hebben op starters binnen de eigen gemeente, waaruit leningen kunnen worden verstrekt voor 50% ten laste komend van VROM, 25% ten laste van de provincie en 25 % ten laste van de Gemeenterekening VROM Starterslening en een deel B, betrekking hebbend op starters elders uit de provincie, waarbij leningen voor 50% ten laste komen van VROM en 50% ten laste van de provincie;
Aanvrager: de starter, die voor de eerste maal een eigen woning koopt en op grond van deze verordening tot de doelgroep van de VROM Starterslening behoort. Bij twee aanvragers ten aanzien van eenzelfde woning gelden deze gezamenlijk als aanvrager;
NHG: Nationale Hypotheek Garantie;
Koopsubsidie (Wet Bevordering Eigenwoningbezit, BEW+): een maandelijkse bijdrage in de hypotheeklasten die afhankelijk is van het inkomen van de gebruiker en de hoogte van de lening;
Huishouden: de aanvrager dan wel de aanvrager en zijn niet duurzaam gescheiden levende echtgenoot of geregistreerd partner die een gezamenlijke huishouding zal dan wel zullen gaan voeren in de aan te kopen woning, niet zijnde kinderen of pleegkinderen; er kunnen niet meer dan twee personen tot het aldus gedefinieerde huishouden behoren;
College: college van burgemeester en wethouders;
Maatschappelijke binding provincie Utrecht: een binding van een persoon aan de provincie Utrecht is daarin gelegen dat die persoon een redelijk met de provinciale samenleving verband houdend belang heeft om zich in dit gebied te vestigen, met dien verstande dat een maatschappelijke binding in elk geval wordt aangenomen ten aanzien van:
personen die ten minste drie jaar onafgebroken ingezetenen zijn in een of meer van de gemeenten in de provincie Utrecht, dan wel gedurende de voorgaande tien jaar tenminste zes jaar onafgebroken ingezetenen zijn geweest van een of meer van de gemeenten in de provincie Utrecht;
personen die een dagopleiding volgen gedurende tenminste negentien uur per week aan een, in de provincie Utrecht, gevestigde en erkende instelling voor dagonderwijs.