**1..** In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
Panden: rijks- en gemeentelijke gebouwen en objecten, monumenten, beeldbepalende panden, niet-beeldbepalende panden en beeldverstorende panden;
Monumenten:
Panden die onderdeel vormen van het stads- of dorpsgezicht Rimburg en Leenhof, dat krachtens artikel 35 van de Monumentenwet 1988 in de gemeente is aangewezen of vanwege het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen beschermingswaardig wordt geacht, en welke panden zijn opgenomen in het monumentenregister zoals bedoeld in artikel 6 van de Monumentenwet 1988 of waaromtrent de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen ingevolge artikel 3 van de Monumentenwet 1988 het voornemen tot plaatsing op de monumentenlijst heeft kenbaar gemaakt;
Panden die onderdeel vormen van de groep mijnwerkerskolonie, vermeld op de bij deze verordening behorende lijst en welke panden zijn opgenomen in het monumentenregister zoals bedoeld in artikel 6 van de Monumentenwet 1988 of waaromtrent de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen ingevolge artikel 3 van de Monumentenwet 1988 het voornemen tot plaatsing op de monumentenlijst heeft kenbaar gemaakt;
Overige panden in de gemeente, die zijn opgenomen in het monumentenregister zoals bedoeld in artikel 6 van de Monumentenwet 1988 of waaromtrent de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen ingevolge artikel 3 van de Monumentenwet 1988 het voornemen tot plaatsing op de monumentenlijst heeft kenbaar gemaakt;
Overige panden en objecten in de gemeente, die zijn opgenomen in het gemeentelijke monumentenregister zoals bedoeld in de gemeentelijke Monumentenverordening die op grond van artikel 15 van de Monumentenwet 1988 wordt vastgesteld;
Beeldbepalende panden:
Panden die niet als monument zijn beschermd, maar die naar het oordeel van het gemeentebestuur een kenmerkend onderdeel vormen van een stads- en dorpsgezicht dat krachtens artikel 35 van de Monumentenwet 1988 in de gemeente is aangewezen of vanwege het Ministerie van Onderwijs. Cultuur en Wetenschappen beschermingswaardig wordt geacht;
Panden die niet als monument zijn beschermd, maar die naar oordeel van het college een kenmerkend onderdeel vormen van een door de gemeenteraad als waardevol aangemerkt gebied.
niet-beeldbepalende en beeldverstorende panden:
panden, vermeld op de bij de verordening behorende lijst, die onderdeel vormen van het beschermde stads- en dorpsgezicht Rimburg en die niet als monument zijn beschermd, maar die naar het oordeel van het gemeentebestuur een kenmerkend onderdeel vormen van een stads- en dorpsgezicht dat krachtens artikel 35 van de Monumentenwet 1988 in de gemeente is aangewezen of vanwege het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen beschermingswaardig wordt geacht en welke panden na aanpassing kunnen bijdragen tot verbetering van het karakter van het beschermde stads- en dorpsgezicht.
**2..** In bijzondere gevallen kan het college afwijkingen toestaan van het bepaalde in het eerste lid.
**3..** In dit hoofdstuk wordt onder eigenaar mede verstaan:
Degene die het recht van erfpacht heeft;
De houder van een recht van opstal;
De toekomstige eigenaar, erfpachter of houder van een recht van opstal.
Hoofdstuk 9
Artikel 9.1
Begripsomschrijvingen
Onderdeel van Subsidieverordening Stedelijke Vernieuwing