**1..** De bijdrage ineens ingevolge de artikelen 9.2, 9.3 en 9,4 wordt niet toegekend indien:
Met het treffen van de voorzieningen het belang van de volkshuisvesting niet of in onvoldoende mate wordt gediend;
De kosten van de voorzieningen niet geacht te kunnen worden in een redelijke verhouding te staan tot het te verkrijgen resultaat;
Met het treffen van de voorzieningen is begonnen voordat de eigenaar bewoner bij de gemeente een aanvraag om subsidie heeft ingediend en voordat de door het college met controle belaste personen het pand in de oude toestand hebben kunnen controleren;
De kosten van de voorzieningen minder bedragen dan € 680,00;
Het pand waaraan de voorzieningen worden getroffen naar het oordeel van het college niet geschikt of bestemd is om het gehele jaar door te worden bewoond;
Het pand waaraan de voorzieningen worden getroffen bestemd is om binnen een periode van 10 jaar te worden afgebroken.
**2..** In bijzondere gevallen kan het college afwijken van het bepaalde in het eerste lid.