Onverminderd het bepaalde in artikel 2.5.24 bedraagt de maximale hoogte van een bouwwerk, voor het bouwen waarvan een omgevingsvergunning is vereist in het vlak door de voorgevelrooilijn 1 meter, vermeerderd met éénmaal de afstand tussen de voorgevelrooilijnen langs de desbetreffende weg.
Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op hoekbebouwing aan wegen, waarvan de afstand tussen de voorgevelrooilijnen onderling verschilt, in welk geval aan de zijde van de smalle weg tot de hoogte welke aan de brede weg is toegelaten, mag worden gebouwd over een lengte van de hoek af gelijk aan de afstand tussen de voorgevelrooilijn van de smalle weg.
De in het eerste lid bedoelde afstand wordt gemeten haaks op de desbetreffende voorgevelrooilijn in het midden van de breedte van het bouwwerk of de projectie daarvan op de voorgevelrooilijn.
Indien aan de overzijde van de weg een voorgevelrooilijn ontbreekt geldt ter bepaling van de grootste toegelaten hoogte, bedoeld in het eerste lid, de meest dichtbij gelegen tegenoverliggende rooilijn. Indien de tegenoverliggende rooilijn plaatselijk is onderbroken geldt ter plaatse van die onderbreking de verstverwijderde van de beide ter weerszijden van de onderbreking voorkomende rooilijnen.
Indien voor een stadsgedeelte de in lid 1 bedoelde hoogte kleiner is dan 4,5 meter, bedraagt de grootste toegelaten hoogte van een bouwwerk in het vlak door de voorgevelrooilijn 5,5 meter.
Het bevoegd gezag kan de omgevingsvergunning verlenen in afwijking van lid 2 met betrekking tot de toegelaten hoogte in de voorgevel van de smalle weg tot maximaal de toegelaten hoogte in de voorgevel van de brede weg over een lengte vanaf de hoek tot maximaal 15 meter, tenzij artikel 2.5.14 onder i. een grotere lengte toelaat:
de smalste weg minder dan 6 m breed is en
indien de welstand bij het verlenen van ontheffing is gebaat.
Hoofdstuk › Paragraaf 5
Artikel 2.5.20
Toegelaten hoogte in de voorgevelrooilijn
Onderdeel van Haarlemse Bouwverordening