**1..** De bestuurlijke boete voor overtredingen, bedoeld in artikel 13, eerste lid van deze verordening, bedraagt ten hoogste € 250,00 indien de inburgeringsplichtige zich binnen twaalf maanden na de vorige als verwijtbaar aangemerkte overtreding opnieuw schuldig maakt aan dezelfde overtreding.
**2..** Ingeval van een inburgeringsplichtige die een gemeentelijk aanbod voor een inburgeringstraject heeft aanvaard, gelden de volgende boetes:
De bestuurlijke boete voor overtredingen, bedoeld in artikel 13, tweede lid, onder a, van deze verordening, bedraagt ten hoogste € 500,00 indien de inburgeringsplichtige zich binnen twaalf maanden na de vorige als verwijtbaar aangemerkte overtreding opnieuw schuldig maakt aan dezelfde overtreding;
De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 500,00 indien de inburgeringsplichtige niet binnen de door het college op grond van artikel 32 of 33 van de wet vastgestelde termijn het inburgeringsexamen heeft behaald;
**3..** Ingeval van een inburgeringsplichtige die zelf verantwoordelijk is voor zijn inburgering maar voor wie de gemeente een handhavingsverplichting heeft, gelden de volgende boetes:
a.De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 500,00 indien de inburgeringsplichtige niet binnen de door het college op grond van artikel 32 of 33 van de wet vastgestelde termijn het inburgeringsexamen heeft behaald;
**4..** Indien het college besluit om met toepassing van art. 38 van de wet geen bestuurlijke boete op te leggen, wordt de belanghebbende daarvan schriftelijk mededeling gedaan.
**5..** Het college legt, met inachtneming van het bepaalde in art. 38 lid 2 van de wet, in beleidsregels vast de differentiatie in de hoogte van de boetes in relatie tot herhaalde sanctiewaardige gedragingen.
HOOFDSTUK 4
Artikel 14
Verhoging van de bestuurlijke boete bij herhaling van de overtreding
Onderdeel van Verordening inburgering Leidschendam-Voorburg 2007