Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 4

Artikel 14

Verhoging van de bestuurlijke boete bij herhaling van de overtreding

Onderdeel van Verordening inburgering Leidschendam-Voorburg 2007

1.. De bestuurlijke boete voor overtredingen, bedoeld in artikel 13, eerste lid van deze verordening, bedraagt ten hoogste € 250,00 indien de inburgeringsplichtige zich binnen twaalf maanden na de vorige als verwijtbaar aangemerkte overtreding opnieuw schuldig maakt aan dezelfde overtreding. 2.. Ingeval van een inburgeringsplichtige die een gemeentelijk aanbod voor een inburgeringstraject heeft aanvaard, gelden de volgende boetes: De bestuurlijke boete voor overtredingen, bedoeld in artikel 13, tweede lid, onder a, van deze verordening, bedraagt ten hoogste € 500,00 indien de inburgeringsplichtige zich binnen twaalf maanden na de vorige als verwijtbaar aangemerkte overtreding opnieuw schuldig maakt aan dezelfde overtreding; De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 500,00 indien de inburgeringsplichtige niet binnen de door het college op grond van artikel 32 of 33 van de wet vastgestelde termijn het inburgeringsexamen heeft behaald; 3.. Ingeval van een inburgeringsplichtige die zelf verantwoordelijk is voor zijn inburgering maar voor wie de gemeente een handhavingsverplichting heeft, gelden de volgende boetes: a.De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 500,00 indien de inburgeringsplichtige niet binnen de door het college op grond van artikel 32 of 33 van de wet vastgestelde termijn het inburgeringsexamen heeft behaald; 4.. Indien het college besluit om met toepassing van art. 38 van de wet geen bestuurlijke boete op te leggen, wordt de belanghebbende daarvan schriftelijk mededeling gedaan. 5.. Het college legt, met inachtneming van het bepaalde in art. 38 lid 2 van de wet, in beleidsregels vast de differentiatie in de hoogte van de boetes in relatie tot herhaalde sanctiewaardige gedragingen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel