In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
ADNR: Reglement voor het vervoer van gevaarlijke stoffen over de Rijn (bijlage van het VBG);
binnenschip: vaartuig dat is bestemd voor de vaart op de binnenwateren of op dienovereenkomstige buitenlandse wateren;
BPR: Binnenvaartpolitiereglement;
bunkeren: de overslag van bunkerolie van een tankschip naar een schip;
bunkerolie: een brandbare vloeistof bestemd voor de voortstuwing en het hulpbedrijf van een schip dan wel een vloeistof bestemd voor de smering van scheepsmachines;
bunkerschip: tankschip dat gebouwd en ingericht is voor het afleveren van scheepsbrandstoffen en smeerolie aan andere schepen;
college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Beverwijk;
combinatietankschip: een zeeschip, gebruikt en bestemd voor het vervoer in bulk van afwisselend vloeibare of droge ladingen;
diensten van de bootman: het veilig meren en ontmeren van zeeschepen bij aankomst, vertrek en verhalen;
eenheid: een object dat al of niet op eigen kracht en in zijn geheel kan worden verplaatst;
gasvrije atmosfeer: een mengsel van lucht en brandbare gassen waarvan de concentratie aan brandbare gassen lager is dan 20% van de onderste explosiegrens van dat gas;
gevaarlijke stoffen: stoffen vermeld in de IMDG-code, of een van de andere codes van de International Maritime Organization, het Schepenbesluit en gevaarlijke stoffen als bedoeld in de Wet vervoer gevaarlijke stoffen;
haven: het gehele Noordzeekanaalgebied, binnen de gemeente Beverwijk bestaande uit het Noordzeekanaal. De Pijp, de Zwaaikom en zijkanaal A.
havengebied: de haven en de direct daaraan gelegen bedrijfsterreinen, alsmede de kades en (afmeer)voorzieningen ten behoeve van de scheepvaart;
o. havenmeester: degene die door het college bij besluit als zodanig is aangewezen;
lMO: Internationale Maritieme Organisatie;
IMDG-code: International Maritime Dangerous Goods-code;
inerte atmosfeer: een zodanige atmosfeer dat bij vermenging met lucht geen explosief mengsel kan ontstaan; het volumepercentage zuurstof en koolwaterstofgas moet voldoen aan de relevante SOLAS/IMO verplichtingen;
inert gas: een gasmengsel dat de verbranding niet onderhoudt met een zuurstofgehalte van niet meer dan 5% (volume);
kapitein: degene die de feitelijke leiding over een zeeschip voert;
koud werk: werkzaamheden, niet zijnde werk met vuur;
ladingresiduen: de restanten van lading in ruimen of tanks aan boord die na het lossen en schoonmaken achterblijven, met inbegrip van restanten na lading of lossing en morsingen;
nederleggen: het opslaan van gevaarlijke stoffen, anders dan waarop de Wet milieubeheer van toepassing is;
gereserveerd;
ontvangstvoorziening: vaste, drijvende of mobiele voorziening die geschikt is voor de ontvangst van scheepsafval en/of (restanten van) schadelijke stoffen;
openbaar water: alle wateren die al of niet met enige beperking voor het publiek bevaarbaar of anderszins toegankelijk zijn;
overige vloeibare stoffen: vloeistoffen zijnde geen gevaarlijke of schadelijke vloeistoffen;
positieve druk: een druk die tenminste 0,01 bar hoger is dan de druk van de buitenlucht;
RCLZ: Regeling communicatie en loodsaanvragen zeevaart;
RVGZ: Regeling Vervoer Gevaarlijke stoffen met Zeeschepen (bijlage van het VBG);
schadelijke stoffen: stoffen die als zodanig bij of krachtens de Wet voorkoming verontreiniging door schepen zijn aangewezen of worden genoemd;
scheepsafval: afval, met inbegrip van residuen niet zijnde ladingresiduen en sanitair afval, dat ontstaat tijdens de bedrijfsvoering van een schip en valt onder de reikwijdte van bijlagen 1, l\/ en V van het Internationaal Verdrag ter voorkoming van verontreiniging door schepen (Trb. 1975, 147 en 1978, 187 en 188), alsmede ladinggebonden afval, zijnde al het materiaal dat aan boord bij de stuwage en verwerking van de lading als afval overblijft, waaronder in ieder geval begrepen wordt:
stuwmateriaal, schoorpalen, laadborden, verpakkingsmateriaal, houten platen, papier, karton, draad en stalen banden;
schoonmaken: het vrijmaken van ruimten van reststoffen en de daarvan afkomstige dampen of gassen;
slops: ladingrestanten van vloeistoffen vermengd met water;
sloptank: een tank die ladingrestanten van vloeistoffen bevat, al dan niet vermengd met water;
SOLAS: Internationaal verdrag voor de beveiliging van mensenlevens op zee (‘Safety Of Life At Sea’);
SVW: Scheepvaartverkeerswet;
schip: elk vaartuig, met inbegrip van een vaartuig zonder waterverplaatsing en een watervliegtuig, dat feitelijk wordt gebruikt of geschikt is om te worden gebruikt als middel tot verplaatsing te water; onder schip wordt mede verstaan drijvende werktuigen, zoals kranen, werkeilanden, een drijvende kraan, baggermolens, pontons of materieel van soortgelijke aard;
schipper: degene die de feitelijke leiding over een binnenschip voert;
tankschip: een zee- of binnenschip, gebruikt en bestemd voor het vervoer in bulk van vloeistoffen of gassen;
VBG: Regeling Vervoer over de Binnenwateren van Gevaarlijke stoffen;
vuur: vuur, open- lichtvonkvorming of elk oppervlak met een temperatuur welke gelijk is aan of hoger dan de minimum ontstekingstemperatuur van de gassen of vloeistoffen die aanwezig kunnen zijn of, in het geval van schoongemaakte tanks of ruimten, aanwezig geweest zijn;
werk met vuur: werkzaamheden waarbij vuur wordt gebruikt of kan ontstaan;
VVVVS: Wet Voorkoming Verontreiniging door Schepen;
zeeschip: een schip dat hoofdzakelijk wordt gebruikt voor de vaart ter zee en dat blijkens zijn constructie voor de vaart ter zee is bestemd en is voorzien van een geldig document — afgegeven door het bevoegde gezag van het land waar het schip is ingeschreven — waaruit blijkt dat het geschikt is voor de vaart ter zee.
Hoofdstuk 1 › § 1
Artikel 1.1
Begripsbepalingen
Onderdeel van Regionale Havenverordening Noordzeekanaalgebied 2010