Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › § 3.1

Artikel 3.1.1

Toelating tot de haven

Onderdeel van Regionale Havenverordening Noordzeekanaalgebied 2010

1.. Het is verboden, zonder vergunning van het college, met een zeeschip of schip dat is geladen met gevaarlijke stoffen of dat daarvan leeg is en niet is ontdaan van de restanten van die stoffen in de haven te varen, ligplaats te nemen of binnen de haven te verhalen. 2.. Het college bepaalt de bij de vergunning te hanteren termijn, de te vermelden gegevens, alsmede de wijze waarop de aanvraag moet worden ingediend. 3.. Het college neemt de aanvraag voor een ligplaats niet in behandeling in het geval niet wordt voldaan aan het krachtens het tweede lid bepaalde of aan de artikelen 3.1.2 en 3.1.3. 4.. Het college kan nadere regels stellen over de toelating tot de ligplaats met betrekking tot de aard van de vervoerde lading in het belang van de openbare orde, ordening, milieu en veiligheid. 5.. Het college kan categorieën zeeschepen aanwijzen waarop het in het eerste lid bedoelde verbod niet van toepassing is.

Rechtspraak bij dit artikel