**1..** Degene die voor het in werking treden van deze verordening over een vergunning, ontheffing of toestemming beschikt op grond van de Haven- en kade verordening, voorzover deze betrekking heeft op het havenwater, wordt geacht vergunning, ontheffing of toestemming te hebben verkregen op grond van de van toepassing zijnde bepalingen van deze verordening.
**2..** Op aanvragen, voorzover deze betrekking hebben op het havenwater, om een vergunning, ontheffing of toestemming op grond van de haven- en kadeverordening, waarop bij de in werking treding van deze verordening nog niet is beslist, wordt met toepassing van de bepalingen van deze verordening een beslissing genomen.
**3..** Besluiten ter uitvoering of handhaving van bepalingen van de Haven- en kadeverordening, voorzover van kracht op het havenwater, worden geacht te zijn genomen ter uitvoering van de overeenkomstige bepalingen in deze verordening.
**4..** Op bezwaarschriften tegen besluiten op grond van de Haven- en kadeverordening 2006, waarop bij de inwerkingtreding van deze verordening nog niet is beslist, wordt, voorzover deze besluiten betrekking hebben op het havenwater, met toepassing van de bepalingen van deze verordening een beslissing genomen.
**5..** De Haven- en kadeverordening, vastgesteld op 9 november 1967 (no 160/1967 DOC 96046) en sedertdien gewijzigd wordt ingetrokken, met uitzondering van artikel 2, onderdeel h, artikel 5 - uitsluitend voor wat betreft de mogelijkheid om ontheffing te verlenen van het bepaalde in artikel 37 en 38- tweede lid -, artikel 7, artikel 37, artikel 38 en artikel 104.
Hoofdstuk 5
Artikel 5.1
Overgangsbepalingen
Onderdeel van Regionale Havenverordening Noordzeekanaalgebied 2010