Het college kan een financiële tegemoetkoming verlenen voor het treffen van uitsluitend de volgende voorzieningen aan een gemeenschappelijke ruimte, indien zonder aanpassingen de huidige adequate woonruimte voor de aanvrager ontoegankelijk blijft:
het verbreden van toegangsdeuren;
het aanbrengen van elektrische deuropeners;
de aanleg van een hellingbaan van de openbare weg naar de toegang van het
gebouw, mits de woningen in het gebouw te bereiken zijn met een rolstoel;
het aanbrengen van drempelhulpen of vlonders;
het aanbrengen van een trapleuning bij een portiekwoning;
het plaatsen van een opstelplaats voor een rolstoel bij de toegangsdeur van het gebouw;
het aanbrengen van een traplift, indien het een gemeenschappelijke ruimte betreft die afgesloten kan worden van de openbare weg en onder de voorwaarde dat de eigenaar en de medegebruikers van de betrokken ruimte schriftelijk te kennen hebben gegeven hiermee in te stemmen.
Hoofdstuk 4
Artikel 22
Gemeenschappelijke ruimten
Onderdeel van Verordening individuele voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Leidschendam-Voorburg 2007