**1..** Een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g, onderdeel 4, 5 en 6 van de wet kan voor de in artikel 8 onder a. vermelde voorziening in aanmerking worden gebracht indien:
aantoonbare beperkingen op grond van ziekte of gebrek of
problemen bij het uitvoeren van de mantelzorg,
het zelf uitvoeren van een of meer huishoudelijke taken onmogelijk maken en waarop de regels van het Besluit van toepassing zijn.
**2..** Een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g, onderdeel 4, 5 en 6 van de wet kan voor de in artikel 8 onder b. en c. vermelde voorzieningen in aanmerking worden gebracht als
de in het eerste lid genoemde voorziening een onvoldoende adequate oplossing biedt of
niet beschikbaar is.
Hoofdstuk 3:
Artikel 9
Primaat van de algemene hulp bij het huishouden
Onderdeel van Verordening individuele voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Leidschendam-Voorburg 2007