In deze verordening wordt verstaan onder:
peuterspeelzaalwerk: het bieden van speelgelegenheid aan kinderen van twee tot vier jaar gedurende één, twee, drie of vier dagde(e)l(en) per week van maximaal 3,5 uur met als doel de ontwikkeling van deze kinderen te bevorderen en hen samen te laten spelen;
peuterspeelzaal: een voorziening waar peuterspeelzaalwerk plaatsvindt;
houder: degene die een peuterspeelzaal exploiteert;
beroepskracht: degene die in een peuterspeelzaal werkzaamheden verricht die zijn opgenomen in de voor het peuterspeelzaalwerk geldende CAO en die beschikt over voor deze werkzaamheden passende beroepskwalificaties;
begeleider: degene die anders dan als beroepskracht is belast met de begeleiding van kinderen bij een peuterspeelzaal;
toezichthouder: de functionaris die de door de gemeente aangewezen functie van inspectie en toezicht uitvoert.
HOOFDSTUK 1
Artikel 1
- Begripsomschrijvingen
Onderdeel van Verordening kwaliteitsregels peuterspeelzalen Leidschendam-Voorburg 2008