**1..** De belasting wordt geheven naar een vast bedrag, vermeerderd met een percentage van de waarde in het economisch verkeer van het perceel. Indien het aantal kubieke meters afvalwater dat vanuit de onroerende zaak wordt afgevoerd meer is dan 500m3, wordt de belasting vermeerderd met een bedrag per 100 m3 boven de 500m3.
**2..** Het aantal kubieke meters afvalwater wordt gesteld op het aantal kubieke meters water dat in de laatste aan het begin van het belastingjaar voorafgaande en volledig afgesloten verbruiksperiode naar de onroerende zaak is toegevoerd of is opgepompt. Ingeval de verbruiksperiode niet gelijk is aan een periode van twaalf maanden, wordt de hoeveelheid water door herleiding naar tijdsgelang bepaald.
**3..** Ingeval gebruik wordt gemaakt van een pompinstallatie moet die pompinstallatie zijn voorzien van een:
watermeter, waarvan de hoeveelheid opgepompt water kan worden afgelezen, of
bedrijfsurenteller, waarvan het aantal uren dat een pompinstallatie met vaste capaciteit in bedrijf is geweest kan worden afgelezen. De eerste volzin is niet van toepassing indien vaststelling van de hoeveelheid opgepompt water geschiedt op grond van enige andere wettelijke bepaling.
**4..** In afwijking van het tweede lid, wordt bij afwezigheid van de verbruiksperiode voor het perceel ingeval van nieuwbouw of verbouw, het aantal kubieke meters afvalwater gesteld op 500 m³, tenzij het aannemelijk is dat er meer dan 500 m³ wordt afgevoerd. In de laatste situatie zal de gebruiker worden verplicht een aangifte in te vullen. In dat geval wordt de belastingschuld voor het eerste belastingjaar vastgesteld aan de hand van het waterverbruik in het eerste jaar.
**5..** De op de voet van dit artikel berekende hoeveelheid toegevoerd of gepompt water wordt verminderd met de hoeveelheid water die niet als afvalwater is afgevoerd, met dien verstande dat met afwijkingen van minder dan 20% geen rekening wordt gehouden.
**6..** In geval een perceel een onroerende zaak is, is de waarde in het economisch verkeer de op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken voor de onroerende zaak vastgestelde waarde zoals deze voor het in artikel 8 bedoelde kalenderjaar geldt.
**7..** Ingeval voor het perceel geen waarde op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken is vastgesteld, wordt de heffingsmaatstaf van dat perceel bepaald met overeenkomstige toepassing van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 17,18 en 20, tweede lid, van de Wet waardering onroerende zaken.
Artikel 5
Maatstaf van heffing
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing 2011