**1..** Als de belanghebbende naar het oordeel van het college een
verplichting als bedoeld in artikel 13 IOAW/IOAZ of een op grond van
hoofdstuk III IOAW/IOAZ aan de uitkering verbonden verplichting
schendt, wordt overeenkomstig deze verordening een maatregel
opgelegd. Daarnaast wordt tevens een maatregel opgelegd indien
belanghebbende onder omstandigheden die rechtstreeks verband houden
met de uitvoering van de IOAW/IOAZ zich jegens het college zeer
ernstig misdraagt.
**2..** Het eerste lid is gelijkelijk van toepassing op de belanghebbende
die een uitkering ontvangt op grond van de IOAW, wanneer hij de op
basis van artikel 30c, tweede en derde lid van de Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen op hem rustende
verplichtingen schendt.
**3..** Als de belanghebbende naar het oordeel van het college een inkomen
zou hebben kunnen verwerven uit of in verband met arbeid als bedoeld
in artikel 20, eerste lid, IOAW of artikel 20, tweede lid, IOAZ,
wordt overeenkomstig deze verordening een maatregel opgelegd.
**4..** Een maatregel wordt afgestemd op de ernst van de gedraging, de mate
waarin de belanghebbende de gedraging kan worden verweten en de
omstandigheden waarin hij verkeert.
Hoofdstuk 1
Artikel 2.
Het opleggen van een maatregel
Onderdeel van Maatregelenverordening IOAW en IOAZ