Het college kan aan inburgeraars een voorziening aanbieden.
Bij het aanwijzen van de inburgeraars zoals bedoeld in lid 1 hanteert het collegevoorrangscriteria. In de onderstaande volgorde hebben inburgeraars voorrang die:
een uitkering ontvangen;
een redelijk perspectief op de arbeidsmarkt hebben;
opvoedende taken hebben voor kinderen jonger dan 18 jaar;
een inburgeringsachterstand hebben.