Aan het begin van een openbare vergadering geeft de voorzitter de in artikel 13, lid 4, bedoelde toehoorders gelegenheid in één instantie opmerkingen te maken en/of vragen te stellen over aangelegenheden die niet op de agenda zijn vermeld, doch binnen de werkkring van de commissie liggen. De spreektijd per toehoorder bedraagt ten hoogste vijf minuten.
De behandeling van de in dit artikel bedoelde rondvraag voor belangstellenden is in beginsel gebonden aan een tijdslimiet van 15 minuten.
De voorzitter kan, eventueel op verzoek van de commissie, de tijdsduur verlengen met ten hoogste 15 minuten.