**1..** De raad benoemt de leden van de rekenkamercommissie. De artikelen 81e en 81h van de Wet zijn van overeenkomstige toepassing.
**2..** De leden worden voor een periode van vier jaar benoemd en kunnen éénmaal voor eenzelfde periode worden herbenoemd. Leden die voor de eerste maal zijn benoemd voor een periode van twee jaar, kunnen ten hoogste tweemaal worden herbenoemd voor een periode van twee jaar, respectievelijk vier jaar.
**3..** De raad benoemt de voorzitter en plaatsvervangend voorzitter uit de leden van de rekenkamercommissie. De voorzitter draagt zorg voor het tijdig en periodiek bijeenroepen van de commissie, het leiden van de vergaderingen, het bewaken van de uitgangspunten en werkwijze en het bevorderen van een zorgvuldige besluitvorming. De voorzitter voert hiertoe regelmatig overleg met de onderzoekers en met het secretariaat.
**4..** Voorafgaand aan de benoeming van de voorzitter en de overige leden van de rekenkamercommissie pleegt de raad, of een commissie daaruit, overleg met de zittende leden van de rekenkamercommissie.
**5..** De leden treden af volgens een rooster van aftreden. Dit rooster wordt jaarlijks bij het vaststellen van het onderzoeksprogramma aan de raad aangeboden.
Artikel 3
Benoeming leden
Onderdeel van Verordening op de rekenkamercommissie Leidschendam-Voorburg en Rijswijk