De kosten van bestaan, bedoeld in artikel 13, eerste lid, bedragen voor belastingschuldigen die worden aangemerkt als:
a.echtgenoten als bedoeld in artikel 3 van de Algemene bijstandswet:
100 percent van het gezamenlijk bedrag, bedoeld in artikel 14, doch ten minste 100 percent van de bijstandsnorm, genoemd in artikel 30, onderdeel c, van de Algemene bijstandswet nadat deze is verminderd met het bedrag, genoemd in artikel 33, tweede lid, van die wet, en ten hoogste 100 percent van de bijstandsnorm, genoemd in artikel 30, onderdeel c, van die wet;
b.een alleenstaande en een alleenstaande ouder als bedoeld in artikel 4, onderdeel a, onderscheidenlijk onderdeel b, van de Algemene bijstandswet:
100 percent van het gezamenlijk bedrag, bedoeld in artikel 14, doch ten minste 100 percent van de bijstandsnorm genoemd in artikel 30, onderdeel a, onderscheidenlijk onderdeel b, van de Algemene bijstandswet, en ten hoogste 100 percent van die bijstandsnorm nadat deze is verhoogd met het bedrag, genoemd in artikel 33, tweede lid, van die wet.
Op de behandeling van kwijtscheldingsverzoeken van gemeentelijke belastingen is de Leidraad Invordering 1990, voorzover deze betrekking heeft op artikel 26 van de Invorderingswet 1990, van overeenkomstige toepassing, met uitzondering van de onderdelen 10 a en 10b van paragraaf 1 en de onderdelen 4a en 4b van paragraaf 5, van overeenkomstige toepassing.
In afwijking van de Leidraad Invordering 1990 wordt geen kwijtschelding verleend indien het verzoek als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 niet is ingediend binnen 11 maanden na de dagtekening van het aanslagbiljet.
Artikel 16.
Artikel 16.
Onderdeel van REGELING kwijtschelding gemeentelijke belastingen Lelystad 1997