**1..** De vergoeding voor het bijwonen van de vergaderingen van een commissie en haar subcommissies bedoeld in artikel 14 van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden is gelijk aan het door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties voor gemeenteklasse 4 vastgestelde maximum.
**2..** Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op degene die als lid van een commissie een vaste vergoeding voor de werkzaamheden als bedoeld in artikel 96 van de Gemeentewet ontvangt.
**3..** Geen vergoeding ontvangt degene die zitting heeft in een commissie
als raadslid of wethouder;
uit hoofde van danwel als rechtstreeks uitvloeisel van een ambtelijke of bestuurlijke hoedanigheid danwel van een functie bij een instelling die grotendeels van overheidswege wordt gesubsidieerd;
als vertegenwoordiger van een belanghebbende instelling, organisatie of groepering, tenzij zijn lidmaatschap van de commissie tevens in belangrijke mate het gemeentelijk belang dient.
**4..** De leden en in voorkomende gevallen ook de voorzitter van de hierna genoemde commissies ontvangen in afwijking van het bepaalde in het eerste lid en met toepassing van artikel 15 van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden een vergoeding als volgt:
a.
Raadscommissies als bedoeld in artikel 82 Gemeentewet:
leden: € 120,00
b.
Adviescommissie Beeldende Kunst
leden: € 120,00 en de voorzitter: € 150,00
c.
Adviesraad Stompwijk
leden: € 120,00 en de voorzitter: € 150,00
d.
Commissie bezwaarschriften
leden: € 120,00 en de voorzitter: € 150,00
e.
Klachtencommissie
leden: € 120,00 en de voorzitter: € 150,00
f.
Participatieraad Maatschappelijke Ondersteuning en Sociale Zaken
leden: € 120,00 en de voorzitter: € 150,00
HOOFDSTUK IV
Artikel 26
Vergoeding voor het bijwonen van vergaderingen
Onderdeel van Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden