Naar hoofdinhoud

Artikel 11.

Artikel 11.

Onderdeel van Verordening spaarloonregeling

1.. Ingeval het spaarloon door de belanghebbende of zijn erfgenamen is opgenomen bij beëindiging van de dienstbetrekking van de belanghebbende, daaronder begrepen het overlijden van de belanghebbende, wordt voor toepassing van de Wet op de loonbelasting 1964 en de Coördinatiewet Sociale Verzekeringen voor elke volle maand gedurende welke het spaarloon binnen een termijn van vier jaren is opgenomen een evenredig deel van het spaarloon aangemerkt als loon verstrekt door de werkgever, niet zijnde spaarloon. 2.. Spaarloon waarover door een belanghebbende in strijd met de spaarloonregeling wordt beschikt, wordt voor de toepassing van de Wet op de loonbelasting 1964 en de Coördinatiewet Sociale Verzekeringen aangemerkt als loon verstrekt door de werkgever, niet zijnde spaarloon. 3.. Het in het eerste en tweede lid bedoelde loon wordt geacht te zijn genoten ten tijde van het beschikken.

Rechtspraak bij dit artikel