Deze verordening verstaat onder:
spaarloonrekening: de door de werkgever bij een spaarinstelling op naam van de werknemer te openen rekening;
spaarinstelling: spaarbanken, handelsbanken, landbouwkredietinstellingen, bouwkassen, spaarfondsen, verzekeringsmaatschappijen en daarmee vergelijkbare rechtspersonen met een volledige rechtsbevoegdheid;
spaarloon: een gedeelte van het brutoloon, maximaal het bedrag genoemd in artikel 11, eerste lid, onderdeel h, onder 2, van de Wet op de loonbelasting 1964.