**1..** Het aan de belanghebbende toekomende spaarloon mag worden aangewend ter voldoening van ingevolge een overeenkomst van levensverzekering verschuldigde premies.
**2..** Met betrekking tot ten laste van de spaarloonrekening voldane premies, andere dan premies ingevolge een pensioenregeling, welke verschuldigd zijn ingevolge een overeenkomst van levensverzekering waarbij een lijfrente als bedoeld in artikel 45, eerste lid, onderdeel g, onder 1, 3, 4 of 5, en vierde lid, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 is verzekerd bij een verzekeraar als bedoeld in het vijfde lid van dat artikel, mag het daarin begrepen bedrag aan ingehouden spaargelden worden gelijkgesteld met de ingehouden spaargelden op de spaarloonrekening, zolang de polis onbezwaard deel uitmaakt van het vermogen van de belanghebbende of dat van zijn echtgenoot, mits de termijnen voor lijfrente, behoudens het geval van overlijden, niet eerder kunnen ingaan dan in het vijfde jaar nadat de premies zijn voldaan.
**3..** Met betrekking tot ten laste van de spaarloonrekening voldane premies, andere dan premies ingevolge een pensioenregeling, welke verschuldigd zijn ingevolge een overeenkomst van levensverzekering waarbij een kapitaalsuitkering bij in leven zijn is verzekerd mag het daarin begrepen bedrag aan ingehouden spaargelden worden gelijkgesteld met ingehouden spaargelden op de spaarloonrekening, zolang de polis onbezwaard onderdeel uitmaakt van het vermogen van de belanghebbende of dat van zijn echtgenoot, danwel, ingeval de belanghebbende ongehuwd is, de partner met wie hij duurzaam een gezamenlijke huishouding voert.
**4..** De in het derde lid bedoelde overeenkomst van levensverzekering moet:
voldoen aan artikel 1, eerste lid, onderdeel b, van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf en zijn aangegaan met een levensverzekeraar als bedoeld in onderdeel g van dat lid;
door de belanghebbende of zijn echtgenoot danwel, ingeval de belanghebbende ongehuwd is, door de partner met wie hij duurzaam een gezamenlijke huishouding voert, zijn gesloten, hetzij op het leven van de belanghebbende, hetzij op dat van zijn echtgenoot of partner, danwel de kinderen voor wie de belanghebbende, zijn echtgenoot of partner op 1 januari van het jaar waarin de premie is voldaan recht had op kinderbijslag ingevolge de Algemene Kinderbijslagwet of die zelf recht hadden op studiefinanciering ingevolge hoofdstuk II van de Wet op de studiefinanciering;
voorzover het tijdstip van de uitkering wordt bepaald door het overlijden van de verzekerde, voorzien in een looptijd van ten minste vier jaren.
**5..** Voor toepassing van dit artikel worden mede aangemerkt als ingevolge een overeenkomst van levensverzekering verschuldigde premies: regelmatige inleggingen bij een instelling als bedoeld in artikel 3, lid 1, sub 2, waartoe de belanghebbende of zijn echtgenoot danwel, ingeval de belanghebbende ongehuwd is, de partner met wie hij duurzaam een gezamenlijke huishouding voert, zich ingevolge een overeenkomst tot sparen met levensverzekering heeft verplicht. Het derde en vierde lid van dit artikel vinden overeenkomstig toepassing.
**6..** Rechtstreekse betalingen van premies voor levensverzekeringen als bedoeld in het tweede en derde lid en van inleggingen voor een spaarovereenkomst als bedoeld in het vijfde lid, door de belanghebbende, mogen voor toepassing van dit artikel worden gelijkgesteld met ten laste van de spaarrekening voldane premies.