Naar hoofdinhoud
In deze verordening wordt, in alfabetische volgorde, voor zover niet uitdrukkelijk anders is bepaald, verstaan onder: aannemersdagkaart: een kaart, op kenteken, bestemd voor het bedrijf, dat het motorvoertuig bezigt bij het verrichten van herstel-, onderhouds- of daarmee gelijk te stellen werkzaamheden, voor zover dit motorvoertuig voor het uitvoeren van die werkzaamheden in de onmiddellijke omgeving van de betreffende locatie, op zowel belanghebbenden- als parkeerapparatuurplaatsen, moet worden geparkeerd. abonnement: een bewijs van toestemming tot het parkeren van een motorvoertuig , op door het college van burgemeester en wethouders te stellen voorwaarden, op het door de raad aan te wijzen parkeerapparatuurplaatsen en/of belanghebbendenplaatsen, zonder dat parkeerapparatuur in werking wordt gesteld; abonnementhouder: degenen aan wie een abonnement is verstrekt; Algemene wet: de Algemene wet inzake rijksbelastingen (Stb. 1959, 301); autodate: het herhaald en opeenvolgend gezamenlijk gebruik van motorvoertuigen op grond van een overeenkomst tussen natuurlijke personen en een aanbieder of tussen natuurlijke personen uit meer dan één huishouden; autodateplaats: een door het college van burgemeester en wethouders aangewezen parkeerplaats aangewezen voor een motorvoertuig bestemd voor autodate; BABW: Besluit Administratieve Bepalingen inzake het Wegverkeer; belanghebbendenplaats: een parkeerplaats die: is aangeduid met bord E9 uit bijlage I van het RVV; of is gelegen binnen een zone, aangeduid met bord E9 uit bijlage I van het RVV, met het opschrift ”zone”, voorzover deze plaats niet is uitgezonderd; of is gelegen binnen de in artikel 1 van de bij deze verordening behorende bijlage vermelde gebieden en welke als zodanig van gemeentewege zijn gemarkeerd en van bebording zijn voorzien; bedrijfsparkeervergunning: een door het college van burgemeester en wethouders verleende vergunning aan bedrijven en op kenteken, waarvoor parkeerbelasting wordt geheven en moet worden voldaan bij de aanvraag van een parkeervergunning. Met een parkeervergunning is het bij gebruik op voorgeschreven wijze (dwz dat de vergunning zichtbaar in, op of aan de rechterachterzijde van het motorvoertuig geplaatst wordt) toegestaan een motorvoertuig te parkeren op de daartoe aangewezen belanghebbendenplaatsen; bewonerparkeervergunning: een door het college van burgemeester en wethouders verleende vergunning aan bewoners en op kenteken, waarvoor parkeerbelasting wordt geheven en moet worden voldaan bij de aanvraag van een parkeervergunning. Met een parkeervergunning is het bij gebruik op voorgeschreven wijze (dwz dat de vergunning zichtbaar in, op of aan de rechterachterzijde van het motorvoertuig geplaatst wordt) toegestaan een motorvoertuig te parkeren op de daartoe aangewezen belanghebbendenplaatsen; dag: een tijdvak van 24 achtereenvolgende uren, aanvangende te 0.00 uur; dagkaart parkeerterreinplaats: kaart waarmee houder blijk kan geven dat voor het motorvoertuig waarin, aan of bij de kaart op de voorgeschreven wijze is geplaatst, voor de op de kaart genoemde dag parkeerbelasting is voldaan voor het parkeren van dat motorvoertuig op een parkeerapparatuurplaats; dagkaart vergunninghouderplaats: een bewijs van toestemming tot het parkeren op door het college van burgemeester en wethouders aan te wijzen belanghebbendenplaatsen; bezoekerskaart: een door het college van burgemeester en wethouders verleende vergunning, waarvoor parkeerbelasting wordt geheven en moet worden voldaan bij aanvraag, krachtens welke bezoek van een bewoner gevestigd in artikel 1 van de bij deze verordening behorende bijlage genoemd gebied, dan wel bezoek van een bedrijf gevestigd in artikel 1 van de bij deze verordening behorende bijlage genoemd gebied met uitzondering van gebied B, mogelijkheid is verleend een motorvoertuig voor een beperkte periode, te parkeren of te doen parkeren op een belanghebbendenplaats, gelegen in de zone waar de verstrekker van het bewijs gevestigd is, mits de bezoekerskaart op de voorgeschreven wijze is geplaatst; feestdag: de landelijk erkende feestdagen: nieuwjaarsdag, eerste paasdag, tweede paasdag, Koninginnedag, hemelvaartsdag, eerste pinksterdag, tweede pinksterdag, eerste kerstdag, tweede kerstdag, alsmede bevrijdingsdag; gehandicaptenparkeerkaart: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikelen 49 van het BABW, alsmede gehandicapten parkeerontheffingen (parkeerkaart) uitgegeven door of vanwege Kaderwetgebied “Haaglanden”; gehandicaptenparkeerplaats: een parkeerplaats als bedoeld in artikel 26 RVV en aangeduid met bord E6 uit bijlage I van het RVV; houder: degene die naar de omstandigheden als houder van een voertuig moet worden beschouwd, met dien verstande dat voor een motorvoertuig dat is ingeschreven in het krachtens de Wegenverkeerswet aangehouden register van opgegeven kentekens als houder wordt aangemerkt degene op wiens naam het voor motorvoertuig opgegeven kenteken ten tijde van het parkeren was ingeschreven; Invorderingswet: de Invorderingswet 1990 (Stb. 221); kraskaart: een door het college van burgemeester en wethouders verleende vergunning, waarvoor parkeerbelasting wordt geheven en moet worden voldaan bij aanvraag, krachtens welke een bedrijf van gevestigd in artikel 1 van de bij deze verordening behorende bijlage genoemd gebied, dan wel een persoon die zich vanwege beroep gevestigd heeft in dit gebied en dat beroep aldaar werkelijk uitoefent, mogelijkheid is verleend een door dit bedrijf of de persoon die zich vanwege beroep gevestigd heeft, aan te wijzen motorvoertuig, éénmalig en voor een beperkte periode, te parkeren of te doen parkeren op een belanghebbendenplaats, gelegen in de zone waar de verstrekker van het bewijs gevestigd is, mits de kraskaart op de juiste wijze is bewerkt; maand: een tijdvak van op de kalender aangegeven niet rekenkundig één twaalfde deel van een jaar, aanvangende op de als eerste benoemde dag van die periode op die kalender om 0.00 uur; motorvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in het RVV; Overallparkeerkaart: parkeerabonnement waarmee in heel Delft op alle vergunning- en parkeerapparatuurplekken geparkeerd mag worden; parkeerapparatuur: parkeerautomaten, parkeermeters, en hetgeen gewoonlijk naar maatschappelijke opvattingen overigens onder parkeerapparatuur wordt verstaan; parkeerapparatuurplaats: een parkeerplaats behorende bij parkeerapparatuur; parkeergelegenheid op eigen terrein: Parkeerplaatsen op eigen terrein (POET) staan vermeld in het namens burgemeester en wethouders door het vakteamhoofd Mobiliteit vastgestelde overzicht van POET-plaatsen, dat ter inzage ligt bij de Publieksbalie van de gemeente Delft. Onder een parkeerplaats op eigen terrein (POET) wordt verstaan: een parkeerplaats op een terrein of in een garage, uitgegeven in erfpacht, verhuurd of in gebruik gegeven aan de aanvrager, dan wel in eigendom bij de aanvragen, of; een parkeerplaats – huur of koop – op het terrein of in de garage van een complex waarvan in de bouwvergunning, de huur- of koopovereenkomst, splitsingsakte of de erfpachtvoorwaarden is vastgelegd dat deze bedoeld is als parkeergelegenheid voor (onder andere) het adres van de aanvrager, of; een voormalige parkeerplaats op eigen terrein die door of vanwege de aanvrager een andere bestemming dan die van parkeerplaats heeft gekregen, of; een parkeerafspraak vastgelegd in een parkeerovereenkomst, conform de nota Parkeren en Stallen, waarin geen gebruik gemaakt wordt van openbare parkeerplaatsen. Een parkeerplaats wordt als parkeerplaats op eigen terrein beschouwd indien deze daarnaast voldoet aan de volgende voorwaarden: Toegankelijkheid: de parkeerplaats dient te kunnen worden bereikt via een doorgang of toegang die minimaal 2.30 meter breed is; een parkeerplaats voor één voertuig op een terrein dient ten minste 2.30 meter breed en 5.00 meter lang te zijn; een parkeerplaats voor één voertuig in een garage dient ten minste 2.65 meter breed en 5.00 meter lang te zijn; een parkeerplaats voor meerdere voertuigen op een terrein of in een garage dient per parkeervak ten minste 2.25 meter breed en 5.00 meter lang te zijn; de voorwaarden gesteld in lid 5 tot en met 8 zijn niet van toepassing indien sprake is van een afgesloten parkeerovereenkomst conform lid 4. parkeerterrein: een door het college als zodanig aangewezen terrein, bestemd voor het parkeren van motorvoertuigen; parkeervergunning: een door het college van burgemeester en wethouders verleende vergunning, waarvoor parkeerbelasting wordt geheven en moet worden voldaan bij de aanvraag van een parkeervergunning. Met een parkeervergunning is het bij gebruik op voorgeschreven wijze (dwz dat de vergunning zichtbaar in, op of aan de rechterachterzijde van het motorvoertuig geplaatst wordt) toegestaan een motorvoertuig te parkeren op de daartoe aangewezen belanghebbendenplaatsen; parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten staan van een motorvoertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor het en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in - of uitstappen van personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen van goederen van enig gewicht en/of enige omvang, op binnen de gemeente gelegen voor het openbaar verkeer openstaande terreinen of weggedeelten, waarop die doen of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is verboden; runshopplaats: een parkeerapparatuurplaats, waar de duur tot het parkeren van een motorvoertuig is gemaximeerd tot een in de bijlage genoemd aantal minuten; RVV: het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (Stb. 1990, 459; 1996/ 557); vergunninghouder: de natuurlijke of rechtspersoon aan wie de vergunning is verleend; week: een tijdvak van 7 achtereenvolgende dagen, aanvangende te maandag 0.00 uur; Wegenverkeerswet: de Wegenverkeerswet 1994 (Stb. 1994, 475; 1999, 30).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel