Naar hoofdinhoud
1.. Bij de berekening van de tegemoetkoming wordt uitgegaan van een basisbedrag van € 1.213,25 (ƒ 2.673,66) per politieke groepering per kalenderjaar, vermeerderd met een bedrag per kalenderjaar van € 195,58 (ƒ 431,00) voor elk raadslid dat is aangesloten bij de groepering. 2.. Bij de vaststelling van de tegemoetkoming worden de leden van een groepering die een wethoudersfunctie vervullen buiten beschouwing gelaten. 3.. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid vindt in het jaar waarin de verkiezingen van de gemeenteraad plaatsvinden berekening van de in het eerste lid bedoelde tegemoetkoming plaats op de volgende wijze: Een naar evenredigheid van de in het eerste lid bedoelde tegemoetkoming afgeleid bedrag voor de periode van 1 januari tot aan de datum van het aantreden van de nieuwe raad. Een op basis van de nieuwe samenstelling van de raad naar evenredigheid van de in het eerste lid bedoelde tegemoetkoming afgeleid bedrag voor de periode vanaf het aantreden van de nieuwe raad tot 1 januari van het nieuwe kalenderjaar. 4.. Elk jaar wordt de in het eerste lid genoemde tegemoetkoming verhoogd met hetzelfde percentage als waarmee jaarlijks de individuele tegemoetkoming in de kosten aan leden van de raad bedoeld in de Algemene Maatregel van Bestuur van 22 maart 1994, Stb. 244 (Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden) wordt herzien.

Rechtspraak bij dit artikel