Naar hoofdinhoud
In deze verordening wordt verstaan onder: stedelijke vernieuwing: op stedelijk gebied gerichte inspanningen die strekken tot verbetering van de leefbaarheid en veiligheid, bevordering van een duurzame ontwikkeling en verbetering van de woon- en milieukwaliteit, versterking van het economisch draagvlak, bevordering van de sociale samenhang, verbetering van de bereikbaarheid, verhoging van de kwaliteit van de openbare ruimte of anderszins tot structurele kwaliteitsverhoging van dat stedelijk gebied; Stimuleringsfonds: de Stichting Stimuleringsfonds Volkshuisvesting Nederlandse gemeenten (SVn) te Hoevelaken; subsidie: in deze verordening wordt onder subsidie verstaan de aanspraak op financiële middelen in de vorm van laagrentende stimuleringsleningen voor de in artikel 7, lid 1, genoemde categorieën van stedelijke vernieuwing; revolverend fonds: het geheel van de fondsdelen waaruit de burgemeester en wethouders, op grond van haar deelnemingsovereenkomst en haar aanvullende overeenkomst met het Stimuleringsfonds, stimuleringsleningen kan toekennen, en waarin de rente en de aflossingen over deze leningen worden teruggestort; algemeen budget: het budget vanuit het revolverend fonds dat jaarlijks beschikbaar is om leningen uit te verstrekken; projectbudget: onderdeel van het algemeen budget dat bedoeld is om leningen voor een apart project uit te verstrekken; stimuleringslening: een laagrentende lening voor doeleinden zoals omschreven in deze verordening, die door het Stimuleringsfonds wordt verstrekt ten laste van het gemeentelijk revolverend fonds, een en ander op voordracht van de gemeente. Als stimuleringslening worden aangemerkt de volgende door het Stimuleringsfonds te verstrekken leningen: de gemeentelijke stimuleringslening en de Bouwfonds Combinatielening; marktrente: het gemiddelde rentepercentage dat het Stimuleringsfonds hanteert voor hypothecaire leningen met een rentevastperiode van 10 of 15 jaar, zoals dit geldt op het moment van het uitbrengen van de toekenning van de stimuleringslening; eigenaar: degene met het meest omvattende recht op een zaak. Onder eigenaar wordt mede verstaan: degene die het recht van erfpacht heeft; de houder van een recht van opstal; de houder van een appartementsrecht; degene die een beperkt zakelijk recht (vruchtgebruik) heeft; degene die kan aantonen binnen 6 maanden hieraan te voldoen; eigenaar-bewoner: de eigenaar die zelf in de eigen woning woont; startend huishouden: een huishouden dat voor de eerste maal in zijn/haar wooncarrière een woning koopt; NHG: Nationale Hypotheek Garantie (meer informatie op www.nhg.nl) monumenten: panden die zijn opgenomen in de monumentenlijst zoals bedoeld in de gemeentelijke monumentenverordening, dan wel panden waaromtrent burgemeester en wethouders het voornemen tot plaatsing op de monumentenlijst kenbaar hebben gemaakt; woning: iedere woonruimte bestemd en in gebruik als zelfstandige permanente bewoning. Deze woning moet zich in Leidschendam-Voorburg bevinden; woonruimte: besloten ruimte met zelfstandige toegang, die al dan niet tezamen met één of meer andere ruimten, bestemd of geschikt is voor zelfstandige bewoning door een huishouding; schil of casco: de fundering; dragende muren, gevels, buitenkozijnen met ramen en deuren; balk- en vloerconstructies; dakconstructies, inclusief dakbedekkingen en dakkapellen; rook- en ventilatiekanalen; de riolering. plan of werk: het totaal van de te treffen voorzieningen aan één van de in Artikel 7, eerste lid, genoemde categorieën; restauratie: werkzaamheden aan een beschermd monument, het normale onderhoud te boven gaand, die voor het herstel van het beschermd monument noodzakelijk zijn; goedgekeurde kosten: de goedgekeurde subsidiabele kosten waarover een voorlopige stimuleringslening wordt toegekend.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel