Naar hoofdinhoud
1.. Burgemeester en wethouders kunnen een toewijzingsbesluit waarin wordt voorzien in de toekenning of vaststelling van een stimuleringslening geheel of gedeeltelijk intrekken als: er niet is voldaan aan de bij of krachtens deze verordening gestelde voorschriften; de stimuleringslening is toegekend of vastgesteld op grond van onjuiste gegevens; er niet is voldaan aan de in de stimuleringsregeling gestelde voorwaarden; indien onomstotelijk is vastgesteld dat gedurende de looptijd van de stimuleringslening geen onderhoud wordt gepleegd aan de betreffende onderdelen waar de voorzieningen zijn getroffen. 2.. Burgemeester en wethouders trekken dit toewijzingsbesluit in ieder geval in als de aanvrager schriftelijk meldt dat het werk of de koop niet door zal gaan. 3.. Bij de intrekking kunnen burgemeester en wethouders de al uitgekeerde declaraties geheel of gedeeltelijk en met vergoeding van de marktrente terugvorderen en de nog openstaande stimuleringslening geheel of gedeeltelijk opeisen, eventueel met de mogelijkheid van beslaglegging. 4.. De ontvanger van de stimuleringslening is verplicht om, onder het gestelde in dit artikel, binnen 30 dagen na de schriftelijke mededeling van de gemeente de stimuleringslening in zijn geheel af te lossen en het genoten rentevoordeel terug te betalen. 5.. In geval overtreding van de voorschriften in dit hoofdstuk de eigenaar verschoonbaar is, kunnen burgemeester en wethouders besluiten de in het eerste lid genoemde sancties geheel of gedeeltelijk achterwege te laten.

Rechtspraak bij dit artikel