Naar hoofdinhoud
1.. Burgemeester en wethouders stellen jaarlijks een algemeen budget voor stimuleringsleningen vast dat geldig is voor het komende kalenderjaar; 2.. Burgemeester en wethouders verdelen jaarlijks het algemeen budget in projectbudgetten per categorie genoemd in Artikel 7 lid 1; 3.. Jaarlijks wordt de voortgang van het fonds geëvalueerd en kan het algemeen budget en de projectbudgetten worden bijgesteld op basis van de evaluatie en de prognose voor de komende jaren. Indien geen besluit wordt genomen door burgemeester en wethouders zijn het algemeen budget en de projectbudgetten gelijk aan het voorgaande jaar; 4.. De evaluatie vindt plaats voor 1 november. 5.. Wanneer het projectbudget niet toereikend is om een aanvraag af te handelen wordt die aanvraag doorgeschoven naar het volgende kalenderjaar; 6.. Na de evaluatie kunnen burgemeester en wethouders besluiten te schuiven tussen de projectbudgetten tot het maximum van het algemeen budget van dat jaar; 7.. Ontstane ruimte in het algemeen budget kan incidenteel aangewend worden voor grootschalige leningen met een korte looptijd, voor zover het saldo van de rekening courant dat toelaat en het algemeen budget dat eerder is vastgesteld niet in het geding komt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel