In deze verordening wordt verstaan onder:
houtopstand: één of meer bomen of boomvormers, of andere houtachtige gewassen, mogelijk onderdeel uitmakend van hakhout, een houtwal, een grotere (lint)begroeiing van heesters en struiken, een beplanting van bosplantsoen, een struweel of een heg.
beschermde houtopstand: houtopstand die is opgenomen in de door het college vastgestelde lijst van beschermde houtopstanden, en dientengevolge bijzondere bescherming verkrijgen.
monumentale boom: bijzondere beschermwaardige houtopstand met een relatief hoge leeftijd en met een bijzondere schoonheid- en/of zeldzaamheidswaarde, of een bijzondere functie voor de omgeving.
vellen: rooien; kappen; verplanten; het ingrijpend snoeien van de boomkroon, met inbegrip van kandelaberen; het verrichten van handelingen, zowel boven- als ondergronds, die de dood of ernstige beschadiging of ernstige ontsiering van de houtopstand ten gevolge kunnen hebben.
boomwaarde: de monetaire waarde van een houtopstand zoals getaxeerd volgens de meest recente richtlijnen van Nederlandse Vereniging van Taxateurs van Bomen.
bomen effect analyse: een standaard beoordeling van de gevolgen van voorgenomen bouw of aanleg voor houtopstand, op basis van landelijke richtlijnen van de Bomenstichting.
knotten/kandelaberen: het tot op de oude snoeiplaats verwijderen van uitgelopen takhout bij knotbomen, gekandelaberde bomen of leibomen als periodiek noodzakelijk onderhoud.
bebouwde kom: de bebouwde kom van de gemeente, vastgesteld ingevolge artikel 1, vijfde lid, van de Boswet.
dunning: een velling die uitsluitend dient als periodiek noodzakelijke onderhoudsmaatregel ter bevordering van de overblijvende houtopstand, waarbij er naar verwachting binnen 3 jaar na dunning er weer sprake is van een aaneengesloten kronendak.
gebouw: elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.
k. bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op plaats van bestemming hetzij direct hetzij indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren.
herplantfonds: fonds waar gelden in worden gestort ten gevolge van een opgelegde financiële herplantplicht ex artikel 9 of artikel 11.
bevoegd gezag: het bestuursorgaan, bedoeld in artikel 1.1, eerste lid van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, dan wel, bij het ontbreken van een bestuursorgaan als bedoeld in dat artikellid, burgemeester en wethouders.
herplantplicht: het op last van het bevoegd gezag herplanten van een houtopstand.
woning: een gebouw bestaande uit een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor huisvesting van een afzonderlijke huishouding.
woongebouw: een gebouw, dat meerdere naast elkaar en/of geheel of gedeeltelijk boven elkaar gelegen woningen omvat en dat qua uiterlijke verschijningsvorm als een eenheid beschouwd kan worden.