Naar hoofdinhoud

Artikel 4:

Relatie met de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht

Onderdeel van Bomenverordening Delft 2008

1.. Het bepaalde bij of krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is van toepassing met betrekking tot de behandeling van een aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 2. 2.. In aanvulling op de indieningsvereisten als bedoeld in artikel 7.3 van de Regeling omgevingsrecht, worden in of bij de aanvraag met betrekking tot het vellen van houtopstand als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder g, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, de volgende gegevens overgelegd: een motivering waarom aanvragen de betreffende houtopstand wil vellen of doen vellen; een duidelijke situatieschets op schaal; de omtrek van de te vellen of te doen vellen houtopstand(en) in centimeters, gemeten op 1,30 meter vanaf het maaiveld. 3.. Indien het bevoegd gezag dit nodig acht, kan het bevoegd gezag, in aanvulling op het gestelde in het tweede lid, bepalen dat de aanvragen een Bomen Effect Analyse (BEA) bij de aanvraag dient te overleggen. 4.. De vergunning als bedoeld in artikel 2 moet worden aangevraagd door of namens dan wel met toestemming van degene, die krachtens goederenrechtelijk recht, of door degene die krachtens publiekrechtelijke bevoegdheid, gerechtigd is over de houtopstand te beschikken. 5.. Voor het tijdstip waarop de vergunning (beschikking) in werking treedt wordt verwezen naar het bepaalde in artikel 6.1 van de Wet algemene bepalingen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel