**1..** Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Wet werk en bijstand en de Algemene wet bestuursrecht.
**2..** In deze verordening wordt verstaan onder
de wet: de Wet werk en bijstand;
alleenstaande: de ongehuwde die geen tot zijn last komende kinderen heeft en geen gezamenlijke huishouding voert met een ander tenzij het betreft een bloedverwant in de eerste graad of een bloedverwant in de eerste graad of een bloedverwant in de tweede graad indien er bij één van de bloedverwanten in de tweede graad sprake is van zorgbehoefte;
alleenstaande ouder: de ongehuwde die de volledige zorg heeft voor een of meer tot zijn last komende kinderen, jonger dan 18 jaar en geen gezamenlijke huishouding voert met een ander tenzij het betreft een bloedverwant in de eerste graad of een bloedverwant in de tweede graad indien er bij één van de bloedverwanten in de tweede graad sprake is van zorgbehoefte;
gehuwden: personen die gehuwd zijn;
kind: het in Nederland woonachtige eigen kind of stiefkind;
ten laste komend kind: het inwonend eigen kind of stiefkind, jonger dan 18 jaar, voor wie de alleenstaande ouder of de gehuwde aanspraak op kinderbijslag kan maken;
niet ten laste komend kind: het inwonend eigen kind of stiefkind met een eigen inkomen ter hoogte van het bedrag waarop geen recht meer bestaat op kinderbijslag;
woningdeler: inwonende kinderen, alleenstaande(n) (ouders) en gehuwden met inwonende niet ten laste komende kinderen en diegene die met een ander in dezelfde woning het hoofdverblijf heeft en geen gezamenlijke huishouding voert;
woning: een woning, woonwagen of een woonschip;
woonkosten:
1. indien een huurwoning wordt bewoond, de op de aanvangsdatum van het lopende tijdvak van de huurtoeslag per maand geldende rekenhuur als bedoeld in de Wet op de huurtoeslag;
2. indien een eigen woning wordt bewoond, de tot een bedrag per maand omgerekende som van de ten behoeve van de financiering van de woning verschuldigde hypotheekrente vermeerderd met in verband met de in eigendom van de woning te betalen zakelijke lasten, waarbij onder zakelijke lasten worden verstaan: eigenaarsdeel van de rioolrechten, eigenaarsaandeel onroerende-zaakbelasting, de brandverzekering, de opstalverzekering, het eigenaarsdeel van de waterschapslasten en de kosten van groot onderhoud;
netto minimumloon: het loon zoals bedoeld in artikel 37 van de wet.
**3..** Als gehuwd of als echtgenoot wordt mede aangemerkt de ongehuwde die met een persoon een gezamenlijke huishouding voert, tenzij het betreft een bloedverwant in de eerste graad of een bloedverwant in de tweede graad indien er bij één van de bloedverwanten in de tweede graad sprake is van zorgbehoefte. Met gehuwden worden tevens gelijkgesteld de als partners geregistreerden.
**4..** Als ongehuwd wordt mede aangemerkt degene die duurzaam gescheiden leeft van de persoon met wie hij gehuwd is.
**5..** Van een gezamenlijke huishouding is sprake indien twee personen hun hoofdverblijf in dezelfde woning hebben en zij blijk geven zorg te dragen voor elkaar door middel van het leveren van een bijdrage in de kosten van de huishouding dan wel anderszins.
**6..** Een gezamenlijke huishouding wordt in ieder geval aanwezig geacht in de situaties zoals omschreven in artikel 3, lid 4 van de wet.
Hoofdstuk 1
Artikel 1
Begripsomschrijvingen
Onderdeel van Toeslagenverordening Wet Werk en Bijstand BOL