Geen vergoeding wordt genoten door:
leden van de gemeenteraad;
leden van het college van burgemeester en wethouders;
ambtenaren, die als zodanig tot lid van de commissie zijn
benoemd;
degenen, wier lidmaatschap van de commissie uit een zakelijk belang
rechtstreeks voortvloeit uit een functie, die als een volledige
betrekking wordt gehonoreerd.
In afwijking van het bepaalde in het eerste lid, sub a,
behouden leden van een dagelijks bestuur, die lid van de
gemeenteraad worden, aanspraak op de vergoeding tot
uiterlijk vier maanden na de datum van zitting nemen als
gemeenteraadslid.
Artikel 4.
Artikel 4.
Onderdeel van Verordening geldelijke vergoeding voor leden van dagelijkse besturen van commissies