De vergunning kan door het bevoegd gezag worden ingetrokken indien:
blijkt dat de vergunning ten gevolge van een onjuiste of
onvolledige opgave is verleend;
de omstandigheden aan de kant van de vergunninghouder zich
zodanig hebben gewijzigd, dat het belang van het monument
zwaarder dient te wegen;
binnen zes weken na het onherroepelijk worden van de vergunning
geen begin met de werkzaamheden is gemaakt;
tussen het begin en het einde van de werkzaamheden deze
werkzaamheden langer dan een aaneengesloten periode van 26 weken
stilliggen.
HOOFDSTUK 3.
Artikel 13.
Intrekken van de vergunning
Onderdeel van Erfgoedverordening gemeente Winterswijk 2010