**1..** Ter zake van vaartuigen met een vaste ligplaats wordt, indien een belastingplichtige als bedoeld in artikel 3, eerste lid, is aangewezen:
het aantal personen dat verblijf heeft gehouden, bepaald op:
2,0, bij een vaartuig met een lengte van 4, doch ten hoogste 7 meter;
2,5, bij een vaartuig met een lengte van meer dan 7, doch ten hoogste 9 meter;
2,4, bij een vaartuig met een lengte van meer dan 9, doch ten hoogste 12 meter;
3,3, bij een vaartuig met een lengte van meer dan 12 meter.
het aantal etmalen dat door de onder a bedoelde personen verblijf is gehouden, bepaald op:
10,8 bij een vaartuig met een lengte van 4, doch ten hoogste 7 meter;
19,0 bij een vaartuig met een lengte van meer dan 7, doch ten hoogste 9 meter;
19,6 bij een vaartuig met een lengte van meer dan 9, doch ten hoogste 12 meter;
11,8 bij een vaartuig met een lengte van meer dan 12 meter.
**2..** Het aantal vaartuigen als bedoeld in het eerste lid, wordt vastgesteld op het aantal vaartuigen welke door de belastingplichtige bij aangifte uit de verhuuradministratie is opgegeven, dan wel blijkt.
Artikel 6
Forfaitaire berekeningswijze van de maatstaf van heffing
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van watertoeristenbelasting 2011.