Naar hoofdinhoud

Paragraaf 3

Artikel 12

- Algemene verplichtingen

Onderdeel van Algemene Subsidieverordening Leidschendam-Voorburg

1.. Het bestuur van een gesubsidieerde instelling betrekt deelnemers, vrijwilligers, cliënten en beroepskrachten bij het beleid van de instelling. Deze betrokkenheid wordt geregeld in de statuten, het huishoudelijk reglement of een afzonderlijk bestuursbesluit van de instelling. 2.. De activiteiten van de subsidieontvanger mogen in geen enkel opzicht strijdig zijn met de Grondwet en in internationale verdragen erkende rechten van de mens. 3.. De activiteiten van de subsidieontvanger staan open voor alle groeperingen zonder onderscheid naar ras, godsdienst, leeftijd, levensovertuiging, sekse of seksuele geaardheid. Deze verplichting geldt niet zover sprake is van een op een specifieke door het gemeentebestuur erkende doelgroep gerichte activiteit. 4.. Het college kan de subsidieontvanger verplichten ervoor te zorgen, dat de voor de uitvoering van de gesubsidieerde activiteiten te gebruiken accommodaties bereikbaar, toegankelijk en bruikbaar zijn voor lichamelijk gehandicapten. 5.. De subsidieontvanger is verplicht alle informatie te verschaffen en medewerking te verlenen aan onderzoeken welke door het college nodig worden geacht. 6.. De subsidieontvanger beheert de tot zijn beschikking staande middelen zorgvuldig en treft maatregelen ter voorkoming van vermogensschade. 7.. De subsidieontvanger van een budgetsubsidie is verplicht zijn roerende en onroerende zaken te verzekeren en verzekerd te houden op basis van herbouw- of vervangingswaarde tegen de schade van brand, storm en inbraak. 8.. De subsidieontvanger van een budgetsubsidie is verplicht het bestuur en het bij hem in dienst zijnde personeel en de voor hem werkzame vrijwilligers gedurende de tijd dat dezen voor hem werkzaam zijn, te verzekeren tegen de gevolgen van wettelijke aansprakelijkheid. 9.. Het college kan vrijstelling verlenen van het gestelde in het zevende en achtste lid, indien de naleving daarvan redelijkerwijs niet kan worden verlangd. 10.. De subsidieontvanger is verplicht tot het verrichten of leveren van de in de beschikking tot subsidievaststelling of subsidieverlening vermelde activiteiten, producten of prestaties. 11.. De subsidieontvanger voert een zodanig ingerichte administratie, dat daaruit te allen tijde de voor de subsidie van belang zijnde rechten en verplichtingen, alsmede de betalingen en de ontvangsten kunnen worden nagegaan. 12.. De administratie en de daartoe behorende bescheiden dienen gedurende vijf jaar na de datum van vaststelling van de subsidie te worden bewaard. 13.. Het college kan nadere eisen stellen met betrekking tot de inrichting van de administratieve organisatie. 14.. Het college kan naast de in dit artikel vermelde verplichtingen aan de subsidieontvanger andere verplichtingen opleggen.

Rechtspraak bij dit artikel