Naar hoofdinhoud
1.. Het college kan op verzoek van een belanghebbende, die naar redelijkerwijs valt te verwachten in aanmerking komt voor nadeelcompensatie en die een spoedeisend belang heeft, vooruitlopend op zijn besluit als bedoeld in de artikelen 6 of 7 besluiten een voorlopige voorziening te treffen. 2.. Een verzoek om een voorlopige voorziening, onder meer ter beperking of ter voorkoming van nadeel als bedoeld in artikel 2.1, kan worden ingediend gelijktijdig of na indiening van een verzoek om nadeelcompensatie. 3.. Met het besluit als bedoeld in het eerste lid wordt geen recht op nadeelcompensatie erkend of verleend. 4.. Indien de voorlopige voorziening van financiële aard is, dient belanghebbende, alvorens het voorschot wordt uitgekeerd, schriftelijk de verplichting te aanvaarden het eventueel te veel of ten onrechte ontvangen bedrag terug te betalen indien blijkt dat: op grond van het besluit van het college omtrent het verzoek om nadeelcompensatie en de bij dat besluit behorende gegevens blijkt dat het voorschot geheel of gedeeltelijk ten onrechte is verstrekt; op grond van nieuwe gegevens blijkt dat de getroffen voorlopige voorzieningen geheel of gedeeltelijk ten onrechte zijn getroffen. 5.. Terugbetaling als bedoeld in het vierde lid van dit artikel dient te geschieden vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag dat de belanghebbende over het bedrag heeft kunnen beschikken. 6.. Bij het treffen van een voorlopige voorziening in de vorm van een voorschot kan het college een zekerheidsstelling verlangen in de vorm van een hypotheek of een bankgarantie.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel