1 Randvoorwaarde voor de in de artikelen 14 en 18 opgenomen bevoegdheden is dat de begrotingsbudgetten, reserves en voorzieningen in de begroting dan wel onderliggende plannen naar activiteiten gespecificeerd en onderbouwd zijn en dat de daaruit voortvloeiende taakstelling gerealiseerd wordt.
2 Voor budgetten die in de begroting slechts globaal gespecificeerd zijn gelden de in de artikelen 14 en 18 opgesomde bevoegdheden niet of slechts in beperkte mate.
3 Investeringsbudgetten dienen op basis van voorcalculatie in kredietonderdelen
gespecificeerd te worden. Uitsluitend gespecificeerde kredietonderdelen kunnen aan de
budgethouder gemandateerd worden.
Bevoegdheden