Voor de vaststelling van het aantal uren waarover een
vergoeding voor verblijfskosten moet worden berekend, wordt het
in artikel 10 bedoelde tijdstip van aanvang of einde van de
dienstreis als volgt afgerond:
Naar beneden op het hele uur, indien het aantal minuten
op genoemd tijdstip 30 of minder bedraagt;
Naar boven op het hele uur, indien het aantal minuten
op genoemd tijdstip meer dan 30 bedraagt.